CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Algemeen
In onze gemeente is sprake van een bloeiend jeugd- en jongerenwerk. In die kernen waar geen jeugd- en jongerenwerk actief is, worden jeugdactiviteiten georganiseerd door Kindervakantiewerk of Oranje comité.

Als voorwaarden voor een succesvol jeugd- en jongerenwerk worden gezien de mogelijkheid van het organiseren van voldoende en diverse activiteiten, voldoende geschikte bestuursleden, voldoende vrijwilligers en een goede doorstroming van vrijwilligers. Hiermee worden meteen een aantal knelpunten benoemd waar diverse kernen mee te kampen hebben.

De financiële criteria van het huidige subsidiebeleid, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in 2009, vallen voor sommige kernen positief uit, voor sommige andere kernen neutraal. Enkele kernen geven aan een groot financieel nadeel te ondervinden door de nieuwe systematiek. Opvallend is dat het hier de kleinste kernen betreft. Vrijwel alle kernen geven aan moeite te hebben met het vereiste aantal activiteiten per jaar (veertig). Sommigen noemen dit aantal niet haalbaar. Hier zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen.

De eigen huisvesting wordt als groot goed ervaren. Kernen waar het jeugd- en jongerenwerk geen eigen huisvesting heeft, hebben beduidend grotere problemen met het organiseren van activiteiten, het werven/behouden van vrijwilligers en de animo van de jeugd.

De leefbaarheid in de kernen is zeker van invloed op een goed functionerend jeugd- en jongerenwerk.

Het verdwijnen van basisvoorzieningen, de vergrijzing, de beperkte bouwmogelijkheden en de nieuwe subsidiesystematiek worden vooral in de kleine kernen als grote zorg ervaren die direct invloed kan hebben op de continuering van het jeugdwerk in de toekomst.

Door de lopende en aangekondigde bezuinigingen van de overheid gaat de kwaliteit en uren in begeleiding voor jongeren met een zorgbudget achteruit. De schooljeugd met problemen dreigt niet meer de aandacht te krijgen die noodzakelijk is. Met de overheveling van overheidstaken naar gemeenten lijken de problemen nog groter te worden.

De overlast door hangjongeren is de laatste tijd afgenomen. Sommige kernen geven aan bekend te zijn met het fenomeen, maar ervaren geen grote problemen. Dit wil volgens betrokkenen niet zeggen dat er geen hangjongeren zijn.

Activiteiten
De activiteiten voor jeugd- en jongeren in Maasgouw zijn divers. De meeste kernen richten zich op de jeugd van de basisschool (4 t/m 12 jaar). De oudere jeugd is over het algemeen moeilijker te bereiken. Sommige kernen (Wessem) kiezen bewust voor kleinschaligheid, andere kernen (Maasbracht) hebben een breed scala van activiteiten van ontspanning tot educatie. E.e.a. hangt samen met de financiële mogelijkheden (subsidie en eventuele sponsoring).

Vrijwilligers
De meeste kernen ervaren problemen bij de bestuursinvulling (Beegden), en het geringe aantal gegadigden dat straks voor een goede doorstroming kan zorgen (Heel). De oorzaken zijn verschillend: in Beegden is nog niet zolang geleden een doorstart gemaakt door een jonge groep enthousiaste vrijwilligers, het jeugdwerk functioneert goed maar is nog in opbouw. In Heel ziet men het ontbreken van een eigen onderkomen als een groot probleem, dat zorgt voor minder animo bij vrijwilligers en jeugd, een onvoldoende doorstroming en opslagproblemen. Ook in Thorn heeft het ontbreken van een eigen onderkomen tot een teruggang van vrijwilligers en jeugd geleid. Men ziet uit naar hun nieuwe plek in de te realiseren Brede School. In Maasbracht en Brachterbeek zijn weinig problemen met vrijwilligers.

Subsidiebeleid
Vooral de kleine kernen Brachterbeek, Ohé en Laak en Thorn ervaren de financiële nadelen van de criteria (subsidie verstrekken op basis van kerngetallen) die het subsidieprogramma welzijn met zich meebrengt. Hoewel beide kernen ondersteund worden door lokale sponsors ervaren vooral Brachterbeek en Thorn het subsidiebedrag als ontoereikend voor het scala aan activiteiten dat zij jaarlijks aanbieden. Brachterbeek meldt dat ruim 80% van de jeugd uit Brachterbeek deelneemt aan activiteiten en dat het beschikbare budget hierdoor ontoereikend is. Ohé en Laak geeft aan dat zij geen eigen onderkomen heeft en dat de ruimte voor binnenactiviteiten gehuurd moet worden in de Verenigingszaal. De huur moet betaald worden uit het subsidiebedrag, waardoor er te weinig over blijft voor activiteiten. Vergaderingen en opslag vindt noodgedwongen bij bestuursleden thuis plaats.


Huisvesting
Een eigen vast onderkomen (Maasbracht, Brachterbeek, Wessem, straks Thorn) wordt als groot voordeel beschouwd voor zowel het organiseren van activiteiten als het behoud van vrijwilligers. In Heel en Ohé en Laak wordt het ontbreken van een eigen stek als problematisch ervaren, met waarschijnlijke gevolgen voor de continuïteit van het jeugdwerk.

Overheveling Jeugdzorg
Verschillende bestuursleden uit het jeugdwerk zijn werkzaam in het onderwijs dan wel bij bureau Jeugdzorg en spreken vanuit hun functie hun zorgen uit over de gevolgen van bezuinigingen van de overheid. Verminderde begeleiding zorgt ervoor dat jongeren met problemen niet meer de zorg krijgen die ze nodig hebben. Het is op dit moment nog ongewis in hoeverre de gemeenten vanaf 2015 in staat zijn de verantwoordelijkheid van het (bijna) volledige pakket jeugdzorg op zich te nemen.

Aanbevelingen WMO Platform Maasgouw
Om de leefbaarheid in de kleinste kernen op peil te houden zou een extra ondersteuning voor het organiseren van jeugdactiviteiten een stimulans betekenen voor vrijwilligers. Zie hiervoor als voorbeeld de situatie in Ohé en Laak.

Het WMO Platform stelt voor om nog eens goed te kijken naar het aantal van veertig activiteiten dat georganiseerd moet worden om in aanmerking te komen voor de jaarlijkse subsidie. Kleinere kernen hebben beduidend minder financiële mogelijkheden om activiteiten te organiseren en de limiet te halen.

Het WMO Platform stelt eveneens voor de verhouding van het volume aan activiteiten met het besteedbare subsidiebedrag nog eens tegen het licht te houden. Een actief jeugdwerk dat nadeel ondervindt door de nieuwe subsidiesystematiek zou in de vorm van een stimuleringssubsidie in staat gesteld mogen worden het activiteitenaanbod te compenseren, dan wel op peil te houden.